Financieel – Rond de gehandicaptenparkeerkaart zingt sinds 2025 een bedrag van € 925 rond.
Deze aftrekpost bestaat inderdaad, maar de populaire samenvatting klopt vaak niet. Er is in Nederland geen afzonderlijke belastingkorting die simpelweg aan iedere houder van een mindervaliden- of gehandicaptenparkeerkaart wordt toegekend.
Wat wel bestaat, is een vaste aftrekpost binnen de specifieke zorgkosten voor mensen die door ziekte of invaliditeit aantoonbaar zo beperkt mobiel zijn dat zij niet meer dan 100 meter zelfstandig kunnen lopen. Een gehandicaptenparkeerkaart is daarbij geen beloning, maar vooral een bewijsmiddel.
Invaliditeit
De wettelijke basis is sinds 1 januari 2025 expliciet in de wet opgenomen. In artikel 6.17, eerste lid, onderdeel c, Wet inkomstenbelasting 2001 is geregeld dat vervoersuitgaven aftrekbaar kunnen zijn wanneer de belastingplichtige met schriftelijke bescheiden aantoont dat hij of zij als gevolg van ziekte of invaliditeit, al dan niet met hulpmiddelen, niet meer dan 100 meter zelfstandig kan lopen.
Vervolgens bepaalt artikel 6.17, zevende lid, Wet inkomstenbelasting 2001dat deze uitgaven in aanmerking worden genomen voor € 925 per jaar. Die wijziging is vastgelegd in Staatsblad 2024, 434, het Belastingplan 2025.

Voor de praktijk is vooral van belang dat de Belastingdienst die regeling niet beperkt tot één type document. Wie de aftrek wil toepassen, kan de mobiliteitsbeperking bijvoorbeeld onderbouwen met een gehandicaptenparkeerkaart, een Wmo-besluit, een PGB-gerelateerd besluit of een verklaring van een arts.
Daarmee is meteen duidelijk waarom de parkeerkaart in het publieke debat zo’n prominente rol heeft gekregen: zij is een herkenbaar en sterk bewijsstuk. Maar juridisch is de kaart niet de bron van het recht; de mobiliteitsbeperking is dat.
Vervoerskosten
Wat veranderde er dan precies in 2025? Tot en met 2024 was de aftrek van vervoerskosten voor chronisch zieken en mensen met een beperking veel bewerkelijker. De systematiek ging uit van werkelijke kosten.
Burgers moesten autokosten op jaarbasis berekenen, bonnetjes bewaren van brandstof, verzekering, wegenbelasting en onderhoud, afschrijving meenemen en bij de zogenoemde leefkilometers zelfs een vergelijking maken met iemand in vergelijkbare financiële en maatschappelijke omstandigheden die niet ziek of invalide was.
Dat was juridisch verdedigbaar, maar uitvoeringsmatig ingewikkeld en voor veel mensen een drempel. Met ingang van 2025 heeft de wetgever dat systeem versimpeld. Voor zorgkilometers, dus ritten voor medische hulp, medicijnen of hulpmiddelen geldt voortaan voor autogebruik een forfait van € 0,23 per kilometer, waarbij parkeer-, veer- en tolgelden apart mogen worden opgeteld.

Voor leefkilometers, de extra vervoerskosten die voortvloeien uit de beperking zelf, is de oude berekening vervangen door het vaste bedrag van € 925. Dat is dus de grote koerswijziging van 2025: van een complexe nacalculatie naar een eenvoudiger forfaitair systeem.
Daarmee is overigens niet gezegd dat iedere rechthebbende ook werkelijk € 925 “terugkrijgt”. Het gaat om een aftrekpost, niet om een subsidiebedrag dat automatisch wordt uitbetaald. De aftrek loopt mee binnen de regeling voor specifieke zorgkosten, waarvoor eerst het totaal aan aftrekbare zorgkosten wordt vastgesteld en daarna een drempelbedrag geldt.
Vergoeding
Pas wat daarboven uitkomt, verlaagt het belastbaar inkomen. Bovendien moeten vergoedingen die men voor deze vervoerskosten krijgt of had kunnen krijgen, op het bedrag in mindering worden gebracht.
De economische betekenis van deze wijziging is daarom tweezijdig. Enerzijds is zij een bescheiden, maar reële verlichting voor een groep die aantoonbaar extra mobiliteitskosten maakt. Anderzijds is zij vooral een vereenvoudigingsmaatregel: minder administratie, minder interpretatieverschillen en minder afhankelijkheid van ingewikkelde kostentoerekeningen.

Voor houders van een gehandicaptenparkeerkaart is de conclusie dus helder: de kaart opent niet automatisch de schatkist, maar kan wel de deur openen naar een fiscaal recht dat sinds 2025 duidelijker, eenvoudiger en beter afgebakend in de wet staat.
Bron: Belastingdienst, Overheid.nl
Reageren? Arnold@Brocamedia.nl