Purmerend op dieet De kaasschaafpolitiek van de Partij voor Purmerend
Niet met een stofdoek, maar met een botte bijl. Hun verkiezingsprogramma leest als een boodschappenlijstje op zondag van alles wat weg kan. Kunst, cultuur, duurzaamheid, diversiteit, opvang, integratie hop, de container in. En kijk eens aan: plots is Purmerend weer betaalbaar. Tenminste, zo wordt het gepresenteerd.
Het uitgangspunt is simpel en aantrekkelijk. De gemeente geeft te veel uit aan zaken waar “de gewone Purmerender” niks aan heeft. Ondertussen zijn de stoepen kapot, is het onveilig op straat en wordt de OZB vrolijk verhoogd. Dat gevoel is herkenbaar. Wie door de stad loopt, ziet sneller een losse tegel dan het effect van een beleidsnota. De PvP speelt dat gevoel feilloos uit.
Hun rekensom is even overzichtelijk als ideologisch: als je stopt met wat zij “politieke hobby’s” noemen, komt er vanzelf geld vrij voor wat er écht toe doet. Meer handhavers, meer onderhoud, meer aandacht voor “eigen mensen”. Dat klinkt daadkrachtig. Alsof je eindelijk iemand aan tafel hebt die zegt: we gaan het gewoon doen.
Bedragen
Maar daar begint ook het probleem. Want zodra je vraagt hoeveel dit alles oplevert, wordt het stil. Geen bedragen, geen financiële onderbouwing. De betaalbaarheid van Purmerend wordt geen kwestie van rekenen, maar van geloven. Schrappen is genoeg. Punt.
Dat levert een merkwaardige tegenstelling op. De PvP zegt wars te zijn van praatjes en luchtfietserij, maar vertrouwt zelf op een financiële hoop-theorie: als we maar hard genoeg snijden, komt het goed. Dat is geen begroting, dat is wensdenken met een harde stem.
Neem de opvang van asielzoekers en statushouders. Die moet volledig stoppen, en daarmee zouden kosten én woningdruk verdwijnen. Dat klinkt lekker resoluut, maar negeert gemakshalve dat veel van die kosten door het Rijk worden vergoed en dat gemeenten wettelijke verplichtingen hebben. De partij rekent met geld dat ze niet volledig zelf beheert. Dat is alsof je je huishoudboekje sluit door de huur niet meer te betalen.
Duurzaamheid
Of kijk naar duurzaamheid. Weg met aardgasvrij, weg met stadsverwarming, weg met extra bouwregels. Dat scheelt vandaag geld, zonder twijfel. Maar over morgen wordt niet gesproken. Hogere energielasten, gemiste subsidies, verouderde infrastructuur die woorden komen niet voor. De toekomst mag zichzelf oplossen. Eerst besparen, dan zien we wel.
En toch, en dát maakt het ingewikkeld, is deze benadering eerlijker dan veel andere. De PvP doet niet alsof alles samen kan. Ze zeggen niet: én lagere lasten, én duurzaamheid, én cultuur, én sociale inclusie. Nee. Ze kiezen. Hard. Dat maakt het programma consistent, zelfs principieel.
Maar consistentie is nog geen realisme. De partij wil minder uitgeven én meer doen. Meer handhaving, meer politie, meer zichtbaarheid in de wijken. Dat kost geld. Structureel geld. Niet eenmalig geld dat vrijkomt door een subsidie te schrappen, maar jaarlijks geld voor salarissen, materiaal en organisatie. Daar wringt de kaasschaaf. Want op een gegeven moment is alles wat makkelijk te schrappen valt, al weg.
Moraal
De Partij voor Purmerend verkoopt betaalbaarheid als een morele keuze: wie aan de goede kant staat, hoeft niet te betalen voor de verkeerde kant. Dat werkt politiek uitstekend. Maar financieel blijft het riskant. Want een gemeente draait niet alleen op overtuiging, maar op wetten, verplichtingen en rekeningen die gewoon betaald moeten worden.
Kortom: de PvP heeft een messcherp verhaal over wat Purmerend níet meer moet zijn. Minder ideologie, minder franje, minder omwegen. Dat verhaal resoneert. Maar hun idee van betaalbaarheid leunt zwaar op de aanname dat schrappen altijd voldoende is. En dat is geen zekerheid, maar een gok.
Gezondverstand
De kiezer mag straks beslissen: vertrouwen we op gezond verstand en de botte bijl of willen we eerst zien of de rekenmachine het ook aankan?
Want één ding is zeker: goedkoop klinkt altijd goed. Tot de rekening alsnog op tafel ligt.
Hou vol hé…
Houtje
Verkiezingsprogramma PvP. Klik hier
Volgende week het programma van de VVD.