PURMEREND/BEEMSTER – Een blauwe gehandicaptenparkeerkaart achter de voorruit lijkt een duidelijke boodschap of toch niet.
Een willekeurige automobilist maakt gebruik van het parkeerrecht dat bij een geldige GPK hoort. Toch blijkt dat in Purmerend geen garantie dat een naheffingsaanslag uitblijft. De scanauto controleert in de eerste plaats kentekens en digitale parkeerrechten, terwijl de gehandicaptenparkeerkaart persoonsgebonden is. Juist daar ontstaat spanning tussen een fysieke kaart en een vrijwel volledig gedigitaliseerd controlesysteem.
Landelijk is de wijze waarop de kaart moet worden aangebracht geregeld. Artikel 4 van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart bepaalt dat de kaart zodanig bij de voorruit moet worden aangebracht dat de voorzijde van buiten het voertuig behoorlijk leesbaar is. De voorzijde is daarbij de kant waarop de vervaldatum staat. De wettelijke regel spreekt dus over leesbaarheid van buitenaf en niet simpelweg over het wel of niet op het dashboard liggen van de kaart.
Daarnaast kent Purmerend een eigen fiscale parkeerregeling. In artikel 4, achtste lid, van het Uitvoeringsbesluit Verordening Parkeerbelastingen staat dat een houder van een geldige GPK maximaal drie uur gratis mag parkeren op de aangewezen parkeerapparatuurplaatsen. Daarbij is het gebruik van een parkeerschijf verplicht. De landelijke zichtbaarheidseis en het gemeentelijke recht op gratis parkeren moeten in de praktijk dus naast elkaar worden toegepast.

Dat klinkt overzichtelijk, maar de handhaving blijkt ingewikkelder. In een bij Broca Media bekende zaak werd een naheffingsaanslag opgelegd terwijl de betrokkene beschikte over een geldige GPK. Na bezwaar werd de aanslag vernietigd. Team Belastingen schreef vervolgens dat op de scanfoto de GPK niet zichtbaar was en slechts iets blauws te zien was dat mogelijk de parkeerschijf kon zijn.
Die formulering is juridisch interessant. Niet goed zichtbaar zijn is immers iets anders dan vaststellen dat een kaart of parkeerschijf niet aanwezig was. Bij een naheffingsaanslag parkeerbelasting moet uiteindelijk kunnen worden vastgesteld dat belasting verschuldigd was en niet of onvoldoende werd voldaan. Wanneer twijfel bestaat over de aanwezigheid van een geldige GPK, komt daarom ook de betrouwbaarheid van de controle zelf in beeld.
Volgens Team Belastingen vindt voorafgaand aan het opleggen van een naheffing een aanvullende controle plaats. De parkeercontroleur mag daarbij vanwege veiligheidsprocedures de scanauto echter niet verlaten. Dat betekent dat de controle van GPK en parkeerschijf vanuit of nabij het voertuig moet plaatsvinden. Een kaart die door lichtinval, reflectie, afstand of camerahoek onvoldoende leesbaar is, kan daardoor alsnog buiten beeld blijven.

Daarmee ontstaat een bewijsprobleem. De wettelijke verplichting is dat de GPK van buiten behoorlijk leesbaar moet zijn, maar de wijze waarop de gemeente dat controleert moet ook geschikt zijn om daarover een betrouwbare waarneming te doen. Wanneer het controlesysteem geen uitsluitsel geeft, is de vraag gerechtvaardigd of direct een fiscale naheffing moet volgen. Zeker wanneer achteraf blijkt dat de houder wel degelijk over een geldige kaart beschikte.
Purmerend heeft eerder erkend dat enkele tientallen houders van een geldige GPK ten onrechte een naheffingsaanslag ontvingen. Daarbij werden technische fouten en onvoldoende zichtbaarheid op scanbeelden genoemd. Daarmee is het probleem niet uitsluitend theoretisch. Het huidige systeem heeft daadwerkelijk situaties opgeleverd waarin pas na bezwaar duidelijk werd dat een opgelegde aanslag niet in stand kon blijven.
Ook de algemene bezwaarcijfers zijn opvallend. In 2025 legde Purmerend 12.466 naheffingsaanslagen parkeerbelasting op. Daartegen werden 3.569 bezwaarschriften ingediend en in 73 procent van die gevallen werd het bezwaar gegrond verklaard. Omgerekend kregen ongeveer 2.605 bezwaarmakers geheel of gedeeltelijk gelijk. De gemeente noemt onder meer verkeerd ingevoerde kentekens, incorrecte scans en geldige vergunningen als oorzaken.

Die 73 procent betekent nadrukkelijk niet dat 73 procent van alle naheffingsaanslagen fout was. Wel betekent het dat de behandeling van parkeerbezwaren een omvangrijke administratieve stroom veroorzaakt. Iedere zaak moet worden ontvangen, geregistreerd, beoordeeld en uiteindelijk met een beslissing worden afgesloten. Wanneer een aanslag wordt vernietigd, heeft de oorspronkelijke geautomatiseerde controle bovendien geen definitieve besparing opgeleverd maar juist aanvullend ambtelijk werk veroorzaakt.
Dat is relevant omdat de scanauto juist werd ingevoerd om de parkeerhandhaving efficiënter te maken. In de praktijk blijft bij bijzondere parkeerrechten, zoals die van GPK-houders, menselijke controle noodzakelijk. Daarmee moet niet alleen naar de bruto parkeeropbrengsten worden gekeken, maar ook naar de kosten van controle, bezwaarafhandeling en herstel. Of het systeem uiteindelijk zo rendabel is als bij invoering werd verwacht, verdient daarom nader financieel onderzoek.
De vraag dringt zich bovendien op waarom het parkeerrecht van een GPK-houder in Purmerend nog niet digitaal aan een kenteken kan worden gekoppeld. Het huidige uitvoeringsbesluit kent belparkeren en digitale registratie van parkeerrechten op kenteken al als onderdeel van het systeem. Voor andere parkeerproducten is kentekenregistratie dus heel normaal.

Een tijdelijke GPK-koppeling zou het persoonsgebonden karakter van de kaart niet hoeven aantasten. De houder kan bijvoorbeeld aangeven met welk voertuig op dat moment wordt geparkeerd. De scanauto ziet vervolgens direct dat voor het kenteken een geldig parkeerrecht geldt. Daarmee kan een deel van de discussie over slecht zichtbare kaarten, aanvullende controles en onnodige naheffingen mogelijk worden voorkomen.
Voor GPK-houders blijft ondertussen de wettelijke regel duidelijk: zorg dat de kaart bij de voorruit ligt en dat de voorzijde van buiten behoorlijk leesbaar is. In Purmerend moet daarnaast de parkeerschijf worden gebruikt wanneer van het gratis parkeerrecht gebruik wordt gemaakt. Wie desondanks een naheffingsaanslag ontvangt terwijl aan de voorwaarden is voldaan, kan daartegen bezwaar maken.
De grotere vraag ligt echter bij de gemeente. Wanneer een controlesysteem een wettelijk parkeerrecht niet rechtstreeks digitaal kan herkennen, de controleur vanwege veiligheidsregels niet mag uitstappen en achteraf duizenden parkeerbezwaren moeten worden behandeld, is het gerechtvaardigd opnieuw naar de inrichting van dat systeem te kijken. Digitalisering hoort immers niet alleen sneller te zijn. Zij moet ook voldoende betrouwbaar zijn om te voorkomen dat inwoners eerst bezwaar moeten maken om een recht te laten erkennen dat zij al hadden.
Een soortgelijke ervaring? Laat het ons weten. Wij zitten klaar.