SVP Professioneel georganiseerd, maar democratisch kwetsbaar

PURMEREND – De discussie rond Stadsverwarming gaat allang niet alleen over techniek, duurzaamheid of warmtenetten.

In essentie gaat zij over een klassiek economisch-bestuurlijk vraagstuk: wie draagt het risico, wie oefent de macht uit en wie legt uiteindelijk verantwoording af? Juist op dat punt laat de huidige constructie een ongemakkelijke spanning zien.

Purmerend heeft SVP destijds bewust op afstand gezet in een BV, omdat een stadsverwarmingsbedrijf volgens de notitie een andere aard heeft dan reguliere gemeentelijke taken en daarom een eigen aansturing vraagt. Tegelijk is de gemeente wel volledig aandeelhouder gebleven. Dat is geen detail, maar de kern van het probleem.

Aandeelhouder

Formeel bezien is de positie van de gemeente stevig. Het college vervult de aandeelhoudersrol namens de gemeente in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Die aandeelhouder gaat over kapitaal en statuten, benoeming en ontslag van bestuurders en commissarissen, beleidsplan en begroting, jaarrekening, winstbestemming, dividend, fusie, splitsing en ontbinding.

Wie puur juridisch redeneert, kan dus moeilijk volhouden dat de gemeente buitenspel is gezet. Op het niveau van governance is de positie van de aandeelhouder aanzienlijk. De constructie is juist ontworpen om de grote strategische en financiële besluiten in publieke handen te houden.

Grip

Maar institutionele macht is nog geen operationele grip. Dezelfde notitie maakt namelijk even expliciet duidelijk dat de AVA geen specifieke instructies geeft aan de directie over de wijze van besturen. De directie heeft de algehele leiding over SVP en voert de bedrijfsvoering: personeel, productiemiddelen, distributienet en ook de tariefvaststelling binnen de wettelijke kaders.

De raad van commissarissen houdt daarop toezicht. College en raad gaan bewust niet over die dagelijkse exploitatie; de tekst noemt dat zelfs letterlijk “bewust beleid”. Daarmee ontstaat een constructie waarin de gemeente wel eigenaar is, maar niet aan de knoppen zit van de dagelijkse beslissingen die inwoners het meest direct raken.

Kapitaalintensief

Daar zit de bestuurlijke logica, maar ook de politieke zwakte. Voor een technisch en kapitaalintensief warmtebedrijf is professionele afstand verdedigbaar. De exploitatie van een warmtenet vraagt continuïteit, investeringsdiscipline en specialistische aansturing. Dat is rationeel bezien geen ideaal speelveld voor dagkoerspolitiek. Toch wordt het model problematisch zodra de maatschappelijke druk oploopt.

Want de inwoner ervaart geen abstracte governance, maar een maandelijkse rekening. En precies daar blijkt de politieke vertaalslag dun. De gemeenteraad heeft volgens de notitie geen directe rol richting SVP en het college ziet zichzelf nadrukkelijk niet als doorgeefluik voor alle vragen over de bedrijfsvoering. Democratische invloed bestaat dus vooral indirect: via moties, aandachtspunten, borgstellingsplafonds en beoordeling van jaarrekeningen. Dat is procedureel zuiver, maar voor bewoners weinig bevredigend.

Tarieven

Het tariefvraagstuk illustreert dit scherp. De aanvullende memo uit 2025 stelt dat het vaststellen van de tarieven in beginsel een bevoegdheid van SVP is. Alleen wanneer sprake is van een afwijking van de reguliere methodiek voor de berekening van tarieven, komt de AVA in beeld en krijgt ook de gemeenteraad gelegenheid zijn mening te geven. Dat betekent dat de gewone prijsdruk voor inwoners grotendeels buiten de directe politieke arena blijft.

De wethouder kan dan hooguit via de aandeelhoudersrol invloed uitoefenen, maar ook die ruimte is beperkt: zijn of haar standpunt in de AVA wordt vooraf door het college bepaald. De wethouder is daarmee geen autonome machthebber, maar eerder een institutionele vertegenwoordiger van een eerder ingenomen collegepositie.

Miljoenen

Financieel gezien wordt het beeld nog pregnanter. Bij de verzelfstandiging in 2007 werd circa 56 miljoen euro ten laste van de algemene reserve gebracht. Eind 2022 bedroeg het totale gemeentelijke belang volgens de notitie circa 144 miljoen euro, opgebouwd uit deelneming, lening en gegarandeerde leningen.

Dat is geen lichte betrokkenheid, maar een zware financiële verankering. In economische termen: de gemeente heeft de operationele verantwoordelijkheid op afstand geplaatst, maar het risico grotendeels behouden. Dat is precies het type hybride model dat bestuurlijk werkbaar kan lijken zolang de exploitatie onder controle blijft, maar bij tegenwind onmiddellijk politieke vragen oproept. Een lineaire doortrekking van die ontwikkeling zou richting 2030 zelfs op een blootstelling van grofweg 190 miljoen euro kunnen uitkomen, al blijft zo’n exercitie uiteraard indicatief.

Monster

Daarom is de kernvraag niet of Purmerend een “monster” heeft gecreëerd, maar of zij een bestuurlijk arrangement heeft gebouwd dat de lasten en de zeggenschap ongelijk verdeelt. Het antwoord luidt: in zekere zin wel. Professioneel is de constructie verklaarbaar. Politiek is zij kwetsbaar. Inwoners zijn afhankelijk van een nutsachtige voorziening, terwijl de directe democratische invloed op prijs en bedrijfsvoering beperkt is.

De gemeente is formeel sterk, operationeel terughoudend en financieel diep verbonden. Dat is geen ontspoorde governance, maar wel een model dat permanent spanning oproept tussen publieke verantwoordelijkheid en beperkte directe sturingsmacht. En precies daarin ligt de bottleneck van SVP.

Reageren? Vul de onderstaande bon in. Uw identiteit blijft bij ons en is gewaarborgd.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨