Muisstil op de Kaasmarkt tijdens 4 mei herdenking

Foto's BrocaMedia.nl

PURMEREND – Er zijn momenten waarop een stad even geen stad meer is, maar één grote kring van mensen die weten waarom zij bij elkaar staan. Maandagavond, tijdens de Dodenherdenking in Purmerend, was zo’n moment. Op de Kaasmarkt was het muisstil. Geen geroezemoes, geen haast, geen onrust. Alleen respect. En het besef dat herdenken meer is dan twee minuten stil zijn.

Burgemeester Ellen van Selm hield een prachtige toespraak. Niet groot in woorden om groot te lijken, maar juist dichtbij. Zij sprak over samenhang in onze samenleving. Over elkaar zien. Over denken aan de buren. Over omkijken naar elkaar, juist in een tijd waarin mensen soms snel tegenover elkaar komen te staan.

Dat maakte haar woorden krachtig. Want herdenken gaat niet alleen over wat achter ons ligt. Het gaat ook over wat wij vandaag doen. Hoe wij met elkaar omgaan. Of wij het merken wanneer iemand wordt buitengesloten. Of wij onze mond opendoen wanneer onrecht dichtbij komt. Of wij nog weten wie onze buren zijn.

De burgemeester haalde kort een aangrijpend verhaal aan. Een familie uit de stad werd weggevoerd en kwam nooit meer terug. Wat achterbleef, waren geen grote bezittingen. Geen kostbaarheden die de wereldgeschiedenis zouden halen. Er bleef een hond achter. Een damesbroche. En zes Joodse potjes, ondergebracht bij de buren.

Juist die kleine dingen maken de geschiedenis zo pijnlijk dichtbij. Een hond die niet begrijpt waarom zijn baasjes niet meer thuiskomen. Een broche die ooit op een jas of jurk heeft gezeten. Potjes die met zorg waren bewaard, gebruikt, vastgepakt, misschien op een plank stonden in een huis waar werd gelachen, gegeten en geleefd.

Op zulke momenten wordt oorlog geen hoofdstuk uit een boek, maar iets wat door je heen trekt. Dan besef je dat achter ieder slachtoffer een kamer was, een tafel, een jas aan de kapstok, buren die iets zagen gebeuren en misschien niet wisten wat zij moesten doen. Of misschien wel wisten wat zij moesten doen, maar machteloos waren.

Daarom klonk de boodschap van burgemeester Van Selm zo helder: denk om elkaar. Denk om de buren. Laat samenhang geen woord zijn voor toespraken, maar iets wat wij in Purmerend werkelijk proberen te leven.

Veel mensen waren naar de herdenking gekomen. Eerst bij het monument aan de Jaagweg, daarna lopend richting de binnenstad. Die stille gang door Purmerend had iets indrukwekkends. Mensen liepen naast elkaar zonder veel te zeggen. Jong en oud. Bekenden en onbekenden. Inwoners, bestuurders, vertegenwoordigers van organisaties en mensen die gewoon vonden dat zij daar moesten zijn.

Ook uit de politiek was er een brede aanwezigheid. Onder anderen Theo Neep, Ernst van Damme, Bart van Elden, Erik Struijlaart, Melvin Smid, Carla Brocken-Swart en Marcel Tang liepen mee. Ook oud-burgemeesters Don Bijl en Theun van Dam waren aanwezig. Het liet zien dat herdenken in Purmerend niet van één partij, één stroming of één generatie is. Het is van ons allemaal.

De politie en handhaving waren ruim aanwezig. Dat hoort tegenwoordig helaas bij bijeenkomsten waar veel mensen samenkomen. Maar ingrijpen was nauwelijks nodig. De sfeer was respectvol, ingetogen en waardig. Mensen begrepen waarom zij daar stonden

Na de toespraken klonk het Wilhelmus. Ook dat moment had iets bijzonders. Opvallend was dat vooral de ouderen onder ons het volkslied woord voor woord konden meezingen. Niet aarzelend, niet zoekend naar de tekst, maar uit het hoofd. Alsof die woorden ergens diep waren blijven liggen, verbonden met schoolpleinen, bevrijdingsdagen, oude radio’s, vlaggen aan gevels en verhalen van ouders en grootouders.

Voor jongere generaties is het Wilhelmus soms vooral een officieel moment. Iets wat klinkt bij een wedstrijd, een ceremonie of een herdenking. Maar voor veel ouderen is het meer dan dat. Het is een herinnering aan een land dat zijn vrijheid niet cadeau kreeg. Aan mensen die vielen. Aan families die verdwenen. Aan angst, moed, verlies en bevrijding.

Na afloop liep het publiek duidelijk onder de indruk richting de uitgangen van de binnenstad. Er werd zacht gesproken. Mensen keken nog even om. Sommigen liepen alleen, anderen met familie of bekenden. De stilte van de Kaasmarkt bleef nog even hangen tussen de gevels, alsof de stad zelf begreep dat dit geen gewone avond was.

En misschien is dat wel de kern van deze herdenking. Dat een stad even stil kan zijn. Echt stil. Niet omdat er niets te zeggen valt, maar omdat sommige verhalen alleen kunnen landen in stilte.

De hond, de damesbroche en de zes Joodse potjes bleven achter bij de buren. De mensen kwamen niet terug.

Daarom stonden wij daar.

Daarom herdenken wij.

En daarom moeten wij blijven omzien naar elkaar.