PURMEREND – Er zijn mensen die op zaterdag naar de milieustraat aan de Van IJsendijkstraat rijden met een oude stoel, drie planken, een half blik verf en het heilige voornemen om eens netjes bezig te zijn.
Dat zijn mensen die niet ’s nachts een matras naast een ondergrondse container smijten. Die geen verfblik tussen de sinaasappelschillen gooien. Die niet denken: ach joh, ‘die kapotte kast zet ik wel naast de glasbak, dan lost de kabouterdienst van de gemeente het verder op.’
Nee, deze mensen doen precies wat de gemeente altijd zegt dat ze moeten doen: afval netjes wegbrengen. En wat krijgen ze als beloning? Een file.
Niet zomaar een rijtje. Nee, een echte Purmerendse zaterdagprocessie. Auto’s, busjes, aanhangers, licht geïrriteerde vaders, zwijgende moeders, kinderen op de achterbank die de auto niet uit mogen en ergens achterin een hond die zich afvraagt waarom hij in hemelsnaam niet gewoon naar het park is gebracht.

Drie kwartier wachten voor één busje verf. Daar kan je op de Camping een tent in opzetten. De milieustraat was ooit bedoeld als praktische voorziening. Een plek waar inwoners hun grofvuil, klein chemisch afval, oude apparaten, planken, stoelen en andere huiselijke ellende verantwoord konden afleveren. Gewoon: erin, uitladen, wegwezen. Lekker overzichtelijk.
Maar op drukke dagen is het inmiddels geen milieustraat meer. Het is een kruising tussen een tolpoort, een bouwmarkt op Tweede Paasdag of de grensovergang bij Checkpoint Charlie.
Afvalpas
En dan hebben we nu de afvalpas. Altijd fijn, een pas. Nederland houdt van passen. Parkeerpas, afvalpas, toegangspas, bonuspas, bezoekerspas, druppel, tag, QR-code, DigiD, pincode, machtiging, identificatie, bloedgroep en schoenmaat. Zonder pas ben je tegenwoordig helemaal nergens meer.
De milieustraat is bedoeld voor inwoners uit Purmerend, Beemster, Neck en Waterland. Bedrijven mogen er niet komen. Tractoren en vrachtauto’s ook niet. Dat zijn prima regels. Want als halve aannemersbusjes, schimmige opruim-bedrijfjes en creatieve afvaltoeristen daar gratis hun rotzooi komen dumpen, betalen de gewone inwoners uiteindelijk de rekening.
Dus ja: controle aan de poort is te verdedigen. Maar laten we niet doen alsof een plastic pasje ineens een verkeersinfarct oplost. Een pas maakt van een file geen doorstroming. Een pas maakt van een te klein terrein niet groter. Een pas rekt geen openingstijden op. Een pas zorgt er niet voor dat de rij auto’s op zaterdag ineens oplost in frisse gemeentelijke efficiëntie. Een afvalpas opent misschien de slagboom, maar hij geen extra rijbaan.

Purmerend is gegroeid. Mensen wonen, verbouwen, verhuizen, ruimen op, verduurzamen, breken schuurtjes af, leggen tuinen opnieuw aan en kopen bij de bouwmarkt alsof ze persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de kwartaalcijfers. Dat hoort bij een groeiende gemeente.
Daar hoort een moderne, ruime, goed bereikbare milieustraat bij. Niet een plek waar je op zaterdag bijna een halve ochtend kwijt bent omdat je een kapotte tuinstoel en twee verfblikken kwijt wilt. De openingstijden helpen ook niet bepaald mee. Maandag van 09.00 tot 15.15 uur. Dinsdag tot en met vrijdag van 07.30 tot 15.15 uur. Zaterdag van 08.30 tot 14.30 uur.
Agenda
Dat zijn tijden waar een ambtenarenagenda misschien rustig van wordt, maar een werkend huishouden niet. Veel mensen werken doordeweeks. Die kunnen niet even tussen vergadering, bouwsteiger, schoolrit, mantelzorg en aardappels schillen door naar de milieustraat. Dus blijft de zaterdag over. En precies dan loopt de boel vast.
Dat is op zichzelf al veelzeggend. Zodra je bij een milieustraat een verkeersregelaar nodig hebt, weet je dat het systeem niet meer soepel loopt. Dan is het geen afvalvoorziening meer, maar een evenement. Alleen zonder muziek, catering en vrolijke sfeer.

Bezoekers mogen niet inrijden vanuit de richting N244. Ze moeten afstand houden van medewerkers en andere bezoekers. Kinderen onder de twaalf mogen de auto niet verlaten. Allemaal begrijpelijke maatregelen, maar ze vertellen samen één verhaal: dit is krap, druk en potentieel link.
Op zaterdag zie je het gebeuren. Auto’s die erlangs moeten, komen er nauwelijks door. Bestuurders raken geïrriteerd. Sommigen nemen risico’s. Er wordt tegen de richting in gereden. Aanwijzingen worden genegeerd. En er zijn altijd types die denken dat een verkeersregelaar persoonlijk verantwoordelijk is voor hun wachttijd.
Boos
Alsof die man dat zelf heeft bedacht, “weet je wat leuk is, ik ga vandaag eens tussen boze automobilisten, aanhangers en uitlaatgassen staan om naar gezeur te luisteren.” Die verkeersregelaar staat daar omdat de situatie uit de voegen barst. En dan moet je het dus professioneel regelen. Helemaal. Niet half. Niet een beetje. Niet van: trek maar iets geels aan, dan zien ze je wel.
Een verkeersregelaar moet herkenbaar zijn. Direct. Voor iedereen. Fluorescerend, reflecterend, duidelijk afwijkend van gewone werkkleding en passend bij de regels die daarvoor gelden. Dat is geen modekwestie. Dat is gezag, veiligheid en duidelijkheid. Wie verkeer moet regelen, moet eruitzien als iemand die verkeer mág regelen.

Anders krijg je twijfel. En twijfel is op straat levensgevaarlijk. Automobilisten gaan denken: wie is dit eigenlijk? Moet ik hiernaar luisteren? Is dit een officiële verkeersregelaar of iemand van de buitendienst die een hesje uit de bus heeft getrokken
En in die paar seconden twijfel ontstaat gedoe. Dan wordt er doorgereden, gemopperd. Dan en gewezen. Dan gaat iemand met zijn raam open de grote verkeersjurist uithangen. En voor je het weet staat er een verkeersregelaar zonder voldoende uitstraling van bevoegdheid tussen een rij boze bestuurders.
Probleem
De verkeersregelaar is niet het probleem. Die probeert juist te voorkomen dat een rommelige situatie verandert in een ongeluk. Maar de gemeente is wél verantwoordelijk voor de omstandigheden waaronder hij zijn werk moet doen. Dus zorg voor correcte werkkleding. Zorg voor duidelijke positie en voor zichtbaarheid dat iedere weggebruiker meteen ziet: deze persoon regelt hier het verkeer en zijn aanwijzingen zijn niet vrijblijvend.
Want anders zet je iemand als menselijke bumperkleverbestrijder voor een probleem dat bestuurlijk al veel eerder opgelost had moeten worden. En dat bestuurlijke probleem is simpel: de milieustraat aan de Van IJsendijkstraat kraakt. Niet een beetje. Gewoon hoorbaar.

Je kunt natuurlijk zeggen: mensen moeten beter spreiden. Moeten ze maar doordeweeks gaan. Moeten ze maar geduld hebben. Moeten ze maar niet allemaal tegelijk komen. Dat klinkt lekker aan een vergadertafel. Maar de praktijk is anders. Mensen hebben werk. Kinderen. Mantelzorg. Afspraken. Klussen die op zaterdag gebeuren. Busjes die maar één dag gehuurd zijn. Aanhangers die geleend zijn van de buurman en zondag weer terug moeten omdat die er dan zelf een berg tegels mee gaat halen.
De zaterdag is niet voor niets druk.
Dat weet iedereen.
Dus moet je daarop organiseren.
En laten we eerlijk zijn: als netjes afval wegbrengen te ingewikkeld wordt, te lang duurt en te veel ergernis oplevert, dan krijg je vanzelf ander gedrag. Dan staat die oude stoel ineens naast de container. Dan ligt er een zak bouwafval bij een plantsoen. Dan belandt een verfblik toch in de verkeerde bak. Dan verschijnt er ergens in een achterafstraatje een matras waarvan niemand weet hoe die daar gekomen is, maar die vermoedelijk niet zelf is komen aanwandelen.
De afvalpas kan helpen tegen misbruik. Prima. Hou bedrijven en afvaltoeristen weg. Zorg dat de rekening terechtkomt waar die hoort. Maar doe niet alsof daarmee het probleem is opgelost.

Verruim de openingstijden op zaterdag. Open eerder. Sluit later. Onderzoek een aparte snelle route voor klein chemisch afval. Maak onderscheid tussen iemand met een compleet gestripte keuken in de aanhanger en iemand met één kapotte waterkoker en een half blik grondverf. Kijk naar betere spreiding. Zorg voor een veilige verkeerssituatie buiten het terrein. En onderzoek eerlijk of deze milieustraat nog past bij het Purmerend van nu.
Hou vol hé…
Houtje.
Reageren? Vul de onderstaande bon in. Uw identiteit blijft bij ons en is gewaarborgd.