COLUMN – In Waterland voltrekt zich elke vier jaar hetzelfde wonder.
Politici die maandenlang spoorloos waren, dalen ineens neer tussen de mensen alsof ze zojuist uit een heilige mistbank boven het gemeentehuis zijn gestapt. Dan lopen ze weer door Monnickendam, Marken, Broek in Waterland, Ilpendam en alles daartussenin met de blik van een man die persoonlijk wakker ligt van uw parkeerprobleem.
Handje geven. Ernstig knikken. Fronsje erbij. Hier en daar een jas zonder vlekken, een folder met veel beloftes en nul houdbaarheidsdatum. En altijd weer dat toneelspel: “Wij luisteren naar de inwoners.” Ja hoor. Net zoals een kat luistert naar een goudvis.
Voor de verkiezingen zijn ze plotseling allemaal van het volk. Dan voelen ze “de pijn in de samenleving”. Dan hebben ze het over leefbaarheid, woningnood, voorzieningen, verkeersdrukte, jongeren, ouderen, ondernemers, erfgoed, samenhang, verbondenheid en waarschijnlijk ook nog het broedgedrag van een zeldzame slootkikker als daar stemmen te halen zijn.

Dan klinkt het alsof ze al jaren met hun laarzen in de modder staan, schouder aan schouder met de inwoners van Waterland, terwijl de meesten buiten campagnetijd nog verdwalen tussen de voordeur en de raadszaal. Maar zodra de stembussen dichtgaan, verandert de liefdesverklaring aan de inwoner weer in wat het altijd al was: verkiezingsconfetti. Even mooi in de lucht, daarna één natte plakzooi op straat.
Want na de verkiezingen begint het echte werk. Dan blijkt dat partijen die tijdens de campagne nog riepen dat de inwoner centraal moet staan, elkaar na afloop behandelen alsof ze besmet zijn met builenpest. Dan wordt er uitgesloten, geschoven, gekonkeld en gerekend tot de kiezer zich afvraagt of hij nu op een gemeenteraad heeft gestemd of op een plaatselijke uitvoering van Wie bedondert wie?
De burger mag dan weer terug naar zijn gewone rol: betalen, slikken en vooral niet te veel lastig doen terwijl men “constructief verkent”. Constructief verkennen, voor wie het dialect van het pluche niet spreekt, betekent meestal: kijken hoe we uw stem zo handig mogelijk kunnen opbergen zonder dat u meteen doorheeft waar.

En Waterland kent dat spel inmiddels. De inwoner wordt in campagnetijd behandeld als eregast, maar na de verkiezingen als een lastige oom op een verjaardag. Dan is er ineens geen tijd meer. Dan moeten er “moeilijke keuzes” worden gemaakt. Dan moet alles “zorgvuldig worden afgewogen”.
Dan komt er een proces, een kader, een traject, een participatiemoment en nog zes vergaderingen waarin vooral wordt besproken hoe men later nog eens ergens over zou kunnen gaan praten. Dat is de bestuursstijl van de moderne politiek: veel woorden, weinig wielen. Een trein van zinnen zonder locomotief.
Intussen zit de gewone inwoner van Waterland gewoon met echte problemen. Jongeren zoeken een woning en vinden hooguit een folder waarin staat dat hun zorgen serieus worden genomen. Ouderen willen zekerheid en krijgen een beleidsnotitie in ambtelijk Nederlands, geschreven alsof de printer een beroerte heeft gehad. Ondernemers willen duidelijkheid en krijgen overleg. Bewoners die zich druk maken over verkeer, drukte, behoud van dorpskarakter of voorzieningen krijgen een avond met koffie, drie flap-overs en een wethouder die zegt dat “we dit samen moeten doen”, waarna u er thuis vooral alleen mee zit.
En dan komt het mooiste gedeelte: dezelfde mensen die voor de verkiezingen met dichtgeknepen ogen verklaren dat zij “pal voor de inwoners staan”, sluiten na de verkiezingen met een glimlach de deur voor andersdenkenden. Want het volk is prachtig, zolang het maar op het juiste knopje drukt. Democratie is voor veel partijen een fantastisch systeem, mits de uitslag een beetje meevalt en men niet met vervelende mensen aan tafel hoeft.

Dat is de kern van het bedrog. Niet dat politici soms van mening veranderen. Dat mag. Een mens mag wijzer worden. Maar wat de kiezer hier al jaren krijgt, is geen voortschrijdend inzicht. Het is campagnetoneel met gemeentelijke subsidie. Voor de verkiezingen speelt men de rol van de bezorgde buurman, na de verkiezingen blijkt het gewoon weer een beroepsvergaderaar met een glimlach van laminaat.
En toch trappen mensen er telkens weer in. Ook in Waterland. Omdat fatsoenlijke mensen nu eenmaal geneigd zijn te geloven dat mooie woorden ergens vandaan komen. Omdat niet iedereen zin heeft om vier jaar stemgedrag, coalitiegedrag en politieke kronkels bij te houden als men ook nog gewoon boodschappen moet doen en een leven heeft.
Omdat een vriendelijk praatje op straat prettiger voelt dan de zure conclusie dat men opnieuw is gebruikt als decorstuk in een verkiezingsfolder. Maar misschien is het moment gekomen om daar eens mee op te houden.

Misschien moeten inwoners van Waterland minder kijken naar wie het vriendelijkst staat te glanzen op de markt en meer naar wie er buiten campagnetijd te vinden was. Minder luisteren naar wie “verbinding” roept en meer naar wie na de verkiezingen onmiddellijk begon met uitsluiten.
Minder onder de indruk zijn van opgestroopte mouwen en meer van rechte ruggen. Want een politicus die vlak voor de verkiezingen ineens uw beste vriend wordt, is meestal net zo betrouwbaar als een gladde autoverkoper die zweert dat de motor nog maar net is ingereden terwijl de olie eruit druipt.

Dus hoe lang kunnen politici de bevolking in Waterland nog misleiden? Precies zolang als inwoners zich laten inpakken door verkiezingswarmte uit een magnetronverpakking. Precies zolang als men glimlachen verwart met karakter. Precies zolang als partijen meer worden afgerekend op slogans dan op hun gedrag ná de stembusdag.
De dag dat Waterland besluit niet meer te stemmen op verkiezingsverkopers maar op bestuurlijke ruggengraat, wordt het ineens een stuk stiller op straat. Dan zijn de folders minder glanzend, de praatjes korter en de beloftes voorzichtiger. Dan moet men misschien eindelijk leveren in plaats van toneelspelen.
En dat zou, voor de verandering, eens echt in het belang van de inwoner zijn.
Hou Vol hé, Houtje…