Nog 2 weken tot aan de verkiezingen van 18 maart 2026

Foto: Broca Madia.nl

Purmerend – financiële haalbaarheid vaak gereduceerd tot een technisch vraagstuk.

Begrotingen, ramingen en reserves worden gepresenteerd als randvoorwaarden, terwijl de politieke keuzes die eraan ten grondslag liggen impliciet blijven. Het programma 2026–2030 van de Stadspartij Purmerend-Beemster-Polderpartij benadert financiële haalbaarheid niet als afgeleide, maar als normatief uitgangspunt van lokaal bestuur.

Gemeentefinanciën opereren binnen een sterk geïnstitutionaliseerd kader. De afhankelijkheid van rijksuitkeringen, het beperkte lokale belastinggebied en het toezicht op structurele tekorten beperken de beleidsruimte aanzienlijk. In dat licht is financiële haalbaarheid geen kwestie van creatief rekenen, maar van expliciete prioritering. Elke beleidsintentie impliceert immers verdringing: middelen die hier worden ingezet, kunnen elders niet worden besteed.

Herprioritering

Het programma kiest daarom expliciet voor herprioritering binnen de bestaande meerjarenbegroting. Deze keuze veronderstelt een kritische evaluatie van beleidsinstrumenten met lage uitvoeringswaarde, zoals omvangrijke externe adviestrajecten en tijdelijke projectstructuren die weinig institutionele borging kennen. De vrijvallende middelen worden gericht ingezet op kerntaken met directe maatschappelijke relevantie, waaronder wonen, bereikbaarheid, zorg en openbare veiligheid. Deze benadering sluit aan bij het principe van allocatieve efficiëntie: publieke middelen worden ingezet waar het maatschappelijk rendement het hoogst wordt verondersteld.

Een tweede structureel element is fasering van investeringen. Grote beleidsopgaven worden niet geconcentreerd in korte tijdsvensters, maar uitgespreid over meerdere begrotingsjaren. Fasering vervult hierbij een dubbele functie. Enerzijds beperkt zij de jaarlijkse budgettaire druk en daarmee het risico op overschrijdingen. Anderzijds vergroot zij de adaptieve capaciteit van het bestuur in een context van macro-economische onzekerheid, zoals renteontwikkelingen, inflatie en schommelingen in rijksbeleid. In bestuurskundige termen versterkt dit de veerkracht van de organisatie.

Financieringsbronnen

Van belang is tevens het onderscheid tussen structurele en incidentele financieringsbronnen. Het programma hanteert het uitgangspunt dat structurele beleidslasten uitsluitend worden gedekt door structurele inkomsten. Incidentele middelen, zoals subsidies van Rijk of provincie, worden uitsluitend aangewend voor investeringen, pilots of tijdelijke versnelling van beleid. Daarmee wordt voorkomen dat toekomstige begrotingen worden belast met verplichtingen waarvoor geen duurzame dekking bestaat een veelvoorkomende oorzaak van latere financiële problematiek.

De omgang met schuld en reserves volgt een vergelijkbare rationaliteit. Investeringen zijn gerechtvaardigd indien zij leiden tot aantoonbaar maatschappelijk of economisch rendement, en indien de schuldpositie binnen beheersbare grenzen blijft. Reserves worden daarbij niet gezien als vrij besteedbaar vermogen, maar als instrument voor risicobeheersing en intergenerationele rechtvaardigheid. Het expliciete doel is te voorkomen dat huidige beleidskeuzes leiden tot disproportionele lasten voor toekomstige colleges en inwoners.

Lastenverzwaring

Een consequent gevolg van deze benadering is terughoudendheid met lastenverzwaring voor inwoners. Lokale heffingen, zoals de OZB, worden niet ingezet als sluitpost voor nieuwe beleidsambities. In plaats daarvan wordt eerst gekeken naar doelmatigheid, beleidsafbouw en herallocatie binnen bestaande budgetten. Deze keuze is politiek niet neutraal: zij veronderstelt dat bestuurlijke betrouwbaarheid en voorspelbaarheid zwaarder wegen dan korte-termijnexpansie van beleid.

Financiële haalbaarheid functioneert in dit programma derhalve als meer dan een boekhoudkundige toets. Zij vormt een expliciet normatief kader dat richting geeft aan beleidskeuzes, investeringsbeslissingen en bestuurlijke verantwoordelijkheden. Door schaarste niet te ontkennen maar te expliciteren, wordt financiële discipline ingezet als instrument voor beter bestuur.

Consistentie

In een bestuurlijke context waarin verwachtingen vaak sneller groeien dan middelen, onderscheidt deze benadering zich door consistentie en institutionele rationaliteit. Niet de omvang van de ambities, maar de mate waarin zij duurzaam kunnen worden gerealiseerd, geldt hier als maatstaf voor politieke kwaliteit.