Economie – Kunstmatige intelligentie is geen toekomstscenario meer.
Maar een structurele factor in de Nederlandse economie. Toch reageren veel bedrijven en instellingen nog altijd aarzelend. De dreiging van automatisering wordt al jaren herkend, maar leidinggevenden en beleidsmakers hebben het vraagstuk vaak vooruitgeschoven.
Tegelijkertijd leeft er twijfel over de betrouwbaarheid van AI: is het controleerbaar, eerlijk en veilig? Die vragen zijn legitiem, maar economisch gezien niet langer een reden om stil te blijven staan.
Technologie
AI is een generieke technologie, vergelijkbaar met elektriciteit of internet. Ze dringt door in vrijwel alle sectoren. In de zorg ondersteunt AI bij beeldherkenning en triage, in de logistiek bij planning en voorraadbeheer, in de financiële sector bij fraudedetectie en risicomodellen, en in media en communicatie bij analyse en productie. Het gaat hierbij niet uitsluitend om vervanging van werk, maar vooral om een herverdeling van taken en verantwoordelijkheden.
De gedachte dat AI vooral banen vernietigt, is te eenvoudig. Wat verdwijnt, zijn routinematige handelingen. Wat ontstaat, zijn functies rond interpretatie, toezicht, ethiek en toepassing. Nederland is met zijn hoogopgeleide beroepsbevolking in principe goed gepositioneerd om hiervan te profiteren. Dat voordeel wordt echter alleen benut als organisaties bereid zijn te investeren in kennis en aanpassing.
Menselijk
Juist daar schuilt het risico. Zorgprofessionals die AI uitsluitend zien als een bedreiging voor het menselijke aspect van hun werk, lopen het gevaar administratief en diagnostisch ingehaald te worden. Onderwijsinstellingen die AI verbieden zonder alternatief, leiden studenten op voor een arbeidsmarkt die niet meer bestaat.
Journalisten en communicatiespecialisten die vasthouden aan standaardproductie verliezen hun onderscheidend vermogen in een omgeving waar snelheid en analyse steeds belangrijker worden. Ook administratieve, financiële en juridische beroepen staan onder druk. Routinematig verwerken, controleren en doorzoeken is grotendeels automatiseerbaar. Wie zich niet ontwikkelt richting interpretatie en advisering, verliest zijn economische positie.
Onderbuik
Voor HR-professionals en managers geldt dat besluiten op onderbuikgevoel steeds moeilijker te verantwoorden zijn in een data-gedreven omgeving. Onbegrip van AI leidt hier direct tot verlies aan sturingskracht. Voor MKB-ondernemers is afwachten geen veilige optie.
AI is geen exclusief instrument voor grote bedrijven; wie te lang wacht, ziet marges verdampen door concurrenten die slimmer automatiseren. En voor beleidsmakers en bestuurders geldt dat reguleren zonder technologisch begrip resulteert in achteraf repareren doorgaans tegen hogere maatschappelijke kosten.
Onontkoombaar
De conclusie is onontkoombaar. AI verdwijnt niet. Twijfel mag bestaan, maar mag niet verlammend werken. Bedrijven, instellingen en verantwoordelijken die deze technologie actief omarmen, vergroten hun weerbaarheid en relevantie. Wie blijft afwachten, wordt niet beschermd door voorzichtigheid, maar ingehaald door de werkelijkheid.