Een computer AI briefje aan de Belastingdienst

Foto: Pixabay

Column Een vriend vroeg mij laatst of ik een brief voor hem wilde schrijven aan de Belastingdienst.

Dat is zo’n vraag waar je automatisch “ja” op zegt, terwijl je hersenen ondertussen zachtjes fluisteren, ‘doe het niet.’

Niet omdat je je vrienden niet wilt helpen, integendeel, maar omdat de Belastingdienst een organisatie is waar de meeste mensen alleen contact mee hebben wanneer er iets mis is gegaan. En meestal is dat precies het moment waarop je liever een tandartsafspraak hebt.

Maar goed, een vriend van Houtje zit in de problemen, dus aan de bak.

Dweil

Het ging om een belastingaanslag die al ruim een jaar als een natte dweil over zijn schouders hing. Brieven waren gestuurd, formulieren ingevuld, telefoontjes gepleegd. Het bekende ritueel van wachttijden, doorverbinden en uiteindelijk weer een envelop op de mat.

“Jij kunt toch leuk schrijven,” zei die vriend.

Dat is meteen een gevaar voor je reputatie. Voor je het weet zit je als columnist ineens in de fiscale hulpverlening.

Ik had eerlijk gezegd geen idee hoe je zoiets aanpakt. Ik kan wel een stukje schrijven over Haagse fratsen of een plank recht zagen, maar belastingrecht is een andere tak van sport.

Waar

Dus deed ik wat tegenwoordig half Nederland doet wanneer het niet meer weet waar te beginnen.

Ik vroeg het aan AI, “Hoe schrijf je een goede brief aan de Belastingdienst?”

Binnen een paar seconden kwam er een keurige handleiding. Beleefd blijven, feiten op een rij zetten, geen emotionele uitbarstingen en een heldere structuur. Vooral duidelijk uitleggen wat er mis is gegaan.

Ik las het door, krabde achter mijn oor en dacht: dat kan ik wel.

Het viel me trouwens op dat AI één ding niet adviseerde: schelden op de Belastingdienst. Terwijl dat normaal gesproken het eerste is waar een Nederlander aan denkt.

Situatie

Dus ging ik zitten. Kop koffie, toetsenbord en een probleem dat niet van mij was maar wel op mijn bureau lag. Ik schreef een brief en deed precies wat AI had voorgesteld: de situatie uitleggen, de geschiedenis van de schuld beschrijven en duidelijk maken dat mijn vriend niet probeerde te ontsnappen, maar al een jaar vastzat in een bureaucratische draaideur.

Geen grote woorden. Geen verwijten. Gewoon helder.

Een week later kwam er antwoord van de Belastingdienst. Geen dreigende brief, maar een reactie met vragen. Nadere uitleg. Wat extra informatie. En een paar punten die verduidelijkt moesten worden.

Even dacht ik, ‘daar gaan we weer.’ Dus opnieuw naar AI.

Rustig

Weer verscheen er een keurige structuur: puntsgewijs antwoorden, rustig blijven, feiten geven en geen frustratie.

Ik schreef een tweede brief. Korter dit keer. Precies de vragen beantwoorden. Niet meer, niet minder.

Drie dagen later ging de telefoon. Aan de andere kant zat een medewerker van de Belastingdienst. En wat er toen gebeurde, geloof je bijna niet.

De medewerker vertelde dat het dossier inmiddels duidelijk was geworden. Na beoordeling hadden ze besloten de belastingvordering kwijt te schelden. ‘Niet verdere bemoeilijken’, heet dat.

De schuld waar mijn vriend al meer dan een jaar mee rondliep, was verdwenen. Binnen vier weken nadat de eerste brief was verstuurd.

Verandering

Na dat telefoontje heb ik een tijdje naar mijn bureau zitten kijken. Blijkbaar was er iets veranderd. AI gaf advies en ik deed precies wat er stond, geen spat meer.

Soms kan een goed geschreven brief meer doen dan een jaar lang formulieren invullen. Geen geschreeuw. Geen dreigementen. Gewoon een duidelijk verhaal. Misschien is dat wel het geheim van bureaucratie. Achter al die loketten zitten uiteindelijk ook gewoon mensen die willen begrijpen wat er aan de hand is. En als iemand het rustig en helder opschrijft, willen ze soms zelfs helpen.

Later vertelde ik het verhaal in de kroeg. “Dus jij hebt de Belastingdienst verslagen met een briefje?” vroeg iemand. Ik nam een slok bier en zei: “Niet ik, de computer.”

“En eerlijk gezegd… die was een stuk beleefder dan ik ooit geweest ben.”

Reageren: Houtje@BrocaMedia.nl