Purmerend – Wie een college wil vormen, moet verder kijken dan verkiezingsretoriek.
Wie de verkiezingsprogramma’s in Purmerend en Beemster naast elkaar legt, ziet meer dan partijlogo’s en verkiezingsslogans. Je ziet een gemeente die met zichzelf in gesprek is over dezelfde vragen die aan elke keukentafel terugkomen: blijft wonen betaalbaar, hoe veilig is de wijk, hoe houden we de zorg dichtbij, wat doen we met verkeer en parkeren, en hoeveel ruimte geven we aan duurzaamheid? De verschillen in toon zijn groot, maar de onderliggende opgave is voor iedereen hetzelfde: met beperkt geld toch een stad besturen die groeit.
In dat landschap tekenen zich drie herkenbare politieke velden af. Aan de progressieve kant staan GroenLinks-PvdA en D66, die sterk inzetten op solidariteit, inclusie, klimaat en kansengelijkheid, met nadruk op bouwen én leefbaarheid. Aan de andere kant staan partijen als PvP en FVD, met een stevige focus op veiligheid, migratiekritiek, minder regeldruk en verzet tegen wat zij als ideologisch bestuur zien. Daartussen zit een brede middenstrook met lokale bestuurderspartijen en centrumgerichte partijen: Stadspartij-BPP, PB21, Lijst Melvin Smid, GBP, VVD en ook CDA. Daar ligt traditioneel de bestuurlijke motor van een college.
Dossierkenner
Juist bij coalitievorming draait het vervolgens om delegaties: de kleine onderhandelingsteams die namens partijen het echte werk doen. Meestal bestaan die uit de fractievoorzitter, een inhoudelijk sterke dossierkenner en iemand met bestuurlijke of financiële ervaring. Daar worden de grote woorden uit campagnes teruggebracht tot de praktische vragen: wat is haalbaar, wie levert, en welke afspraak houden we ook overeind als de begroting tegenvalt?
De progressieve delegaties van GroenLinks-PvdA en D66 zullen vermoedelijk zwaar inzetten op sociale basisvoorzieningen, inclusie, duurzame keuzes en toekomstbestendige woningbouw. De delegaties uit de middenstrook: Stadspartij-BPP, PB21, Lijst Melvin Smid, GBP, VVD en CDA sturen doorgaans op uitvoerbaarheid, financiële degelijkheid, bereikbaarheid, veiligheid en bestuurlijke rust. De delegaties van PvP en FVD zullen scherper aanzetten op openbare orde, grenzen aan gemeentelijk beleid rond migratie en het terugdringen van symbolisch beleid.
krachtveld
Het CDA heeft in dit krachtenveld vaak een bijzondere rol. Niet als partij van de hardste oneliner, maar als klassieke schakelpartij tussen sociaal en zakelijk bestuur. In lokale verhoudingen betekent dat meestal: oog voor gezinnen, ouderen, verenigingen en dorpskernen, gekoppeld aan begrotingsdiscipline en bestuurlijke betrouwbaarheid. In onderhandelingen is dat vaak precies de combinatie die nodig is om meerderheden sluitend te maken.
Kijkend naar de inhoudelijke overlap is een midden coalitie daarom het meest waarschijnlijk: een combinatie van een grote lokale bestuurderspartij met VVD of D66, aangevuld met één of twee pragmatische partners uit het lokale midden, waarbij CDA nadrukkelijk kan meedoen als verbindende factor. Dat is zelden een droomhuwelijk, maar vaak wel een werkbaar bestuur huwelijk. Het voordeel: voldoende breedte op wonen, veiligheid en financiën. Het nadeel: iedere partij moet zichtbare concessies doen.
Centrumcoalitie
Een tweede route is een sociaal-centrumcoalitie, met progressieve partijen en één of meer middenpartijen. Dan ontstaat meestal een koers met stevige sociale en duurzame ambities, maar met strakke financiële randvoorwaarden. Een uitgesproken rechts-lokale variant is theoretisch mogelijk, maar in de praktijk kwetsbaarder zodra thema’s als inclusie, klimaat, bestuursstijl en regionale samenwerking hard op tafel komen.
De grootste blokkades zijn voorspelbaar. Op migratie en inclusie staan progressieve en rechts-conservatieve partijen vaak lijnrecht tegenover elkaar. Op klimaat en energie net zo. En op bestuurscultuur botst het tussen partijen die primair willen besturen en partijen die vooral willen corrigeren. Dat zijn geen kleine verschillen, maar verschillen in politieke reflex en wereldbeeld.
Campagnezin
Toch is de les van lokale politiek altijd dezelfde: uiteindelijk wint niet de partij met de hardste campagnezin, maar de partij die aan het eind van een raadsperiode kan laten zien dat de straat veiliger werd, de woningbouw niet stilviel, de zorg bereikbaar bleef en de rekening voor inwoners uitlegbaar was. Daarop worden colleges gemaakt en daarop worden ze afgerekend.
Voor Purmerend betekent dat dat de sleutel waarschijnlijk opnieuw in het midden ligt, bij delegaties die kunnen verbinden zonder kleur te verliezen. Dat vraagt minder theater en meer vakmanschap. Minder profilering voor de bühne, meer afspraken die de toets van de praktijk doorstaan. Precies daar wordt beslist of een coalitie niet alleen kan starten, maar ook kan standhouden.
De meest logische uitkomst om bij elkaar te zetten is:
Meest waarschijnlijk kernblok:
- Stadspartij-BPP
- VVD
- D66
- CDA
- Eén lokale pragmatische partij: PB21 of Lijst Melvin Smid of GBP
Dat is bestuurlijk het meest stabiele middenblok: wonen, veiligheid, financiën en uitvoerbaarheid zijn daar het best te combineren.
Praktische voorkeursvolgorde:
- Stadspartij-BPP + VVD + D66 + PB21
- Stadspartij-BPP + VVD + D66 + CDA + Lijst Melvin Smid
- Stadspartij-BPP + VVD + D66 + GBP